Vóór de big move naar het Midden-Oosten was de ramadan voor mij iets abstracts. Niet eten van zonsopgang tot zonsondergang – dat was zo’n beetje alles wat ik wist.
Als leerkracht Nederlands als Tweede Taal zag ik elk jaar hoe mijn moslimleerlingen te laat de les binnen schoven, vroeger vertrokken, en vooral slaperig en dromerig voor zich uit staarden.
Mijn leerkracht Arabisch zei nog dat de ramadan een speciaal moment was om naar het Midden-Oosten te verhuizen. Restaurants zouden overdag grotendeels gesloten zijn en mensen zouden… nu ja, ‘niet helemaal zichzelf zijn’. “Goed voor mijn regime,” dacht ik nog. Zo zou ik tenminste tijdelijk niet ten prooi vallen aan de culinaire verleidingen die op elke straathoek in Amman lonken.
Nog geen week nadat ik voet aan Jordaanse grond zette, begon de ramadan. Op dag één op kantoor moest ik mezelf inhouden om niet te lachen. De collega’s die normaal pratend, paffend en koffieslurpend de dag doorkomen, zaten er nu stil en nors bij, hangry achter hun schermen. Side note: hier wordt nog binnengerookt! En Jordanen paffen als Turken. De sfeer op kantoor: bedrukt. Een zombiefilm. Ik gniffelde. Tegen het einde van de dag zag mijn manager eruit alsof hij elk moment kon flauwvallen – uitgedroogd, licht euforisch, en met een vreemde glimlach op zijn gezicht.
Mijn manager gaf me een korte uitleg over de ramadan. Het blijkt veel meer te zijn dan alleen vasten. Door het vasten wordt je gevoel voor empathie aangescherpt – je ervaart even hoe het is om honger of dorst te hebben, zoals mensen die het minder breed hebben. Om te voelen hoe het is om geen geld te hebben voor eten, drinken of zelfs een sigaret.
Aan het einde van de dag zie je hoe op straat maaltijden worden uitgedeeld aan wie het nodig heeft. En precies daar draait de ramadan om: proberen de beste versie van jezelf te zijn. Allah zou tijdens de ramadan de duivel ‘opsluiten’, dus wie zich in deze periode toch gemeen, agressief of egoïstisch gedraagt, kan die schuld alleen bij zichzelf leggen.
Het gaat erom slechte gewoontes los te laten, zoals roddelen, schelden of snel boos worden. Het draait om zelfbeheersing – niet alleen tegenover anderen, maar vooral tegenover jezelf.
Hij noemde het een soort training om jezelf te verbeteren, om bewuster en geduldiger te leven. Mensen proberen in deze maand ook meer goede daden te doen, zoals iets geven aan het goede doel of helpen in de buurt. Een vriend vertelde me bijvoorbeeld later hoe hij tijdens de ramadan samen met een weeskindje kleren uitzoekt voor Eid.
Ik was verrast door hoe breed en diepgaand de spirituele kant van de ramadan eigenlijk is.
De ramadan is hier echt een ding. Alsof het 4 weken kerst is. Huizen zijn versierd met lichtjes in de vorm van fijne maantjes en iets na 18u zijn de straten gevuld met auto’s die racen naar familiefeesten. Iedereen loopt rond in hun mooiste kleren en koopt cadautjes voor de vrouwen en kinderen. Ik vond het elke dag magischer en magischer worden. FOMO hebben om iets wat je nog nooit hebt ervaren. Ja het kan.
Op kantoor begon het ook wat ongemakkelijk te worden om zomaar uit mijn waterfles te drinken. De eerste dagen stak ik mijn hoofd half in mijn laptopzak om stiekem een slok te nemen. Drinkschaamte. Terwijl de rest op lucht en goede bedoelingen leefde.
Ondertussen daagden mijn collega’s me uit: of ik het zelf niet eens wilde proberen. Argumenten als ‘het valt best mee’, ‘het is goed voor je lichaam’, en ‘het is leuk om over te te bloggen’, deden me uiteindelijk overstag gaan.
Ik besloot het experiment aan te gaan en een dag mee te vasten. Kefah, de vrouw des huizes van de familie Marshod, had me goed voorbereid. Ze gaf me aardbeien en bananen mee voor de suhoor – de maaltijd vóór zonsopgang, waarmee je jezelf de dag door sleurt. “Suhoor is echt cruciaal,” zei ze.
En zo begon het. Om tien uur ’s avonds dook ik vroeg mijn bed in om genoeg slaap te pakken. Rond 5 uur wekte de stem van de imam me, galmend door de stille straten. Tijd om op te staan.
Voor mijn suhoor maakte ik twee zachtgekookte eitjes met soldaatjes, een kom havermout met aardbeien en een banaan. Koffie sloeg ik over – ik wist dat ik anders nooit meer zou inslapen. In plaats daarvan kletste ik snel een liter water achterover.
Ik stapte even naar buiten en keek om me heen. Arabieren die ochtendmensen zijn, ik moet ze nog tegenkomen – maar die ochtend brandden overal de lichten. In de appartementen om me heen zag ik schaduwen schuiven achter de gordijnen. Het idee dat de hele stad, of beter nog: de hele moslimwereld, op dat moment samen aan tafel zat, gaf me onverwacht een zacht en verbonden gevoel. Alsof ik heel even deel was van iets groters.
Om half zes klonk de imam opnieuw als herinnering dat er nog tien minuten zijn om te eten. Nog eens tien minuten later was het zover. Het vasten begon en ik kroop terug mijn bed in.
Om elf uur ging mijn wekker. Het idee om geen koffie te drinken of te vapen, maakte het niet bepaald aantrekkelijk om uit bed te komen. Ik bleef nog snoozen tot half 12, stond toen op, kleedde me aan en bestelde een Uber. Normaal gesproken wandel ik naar mijn werk, maar de gedachte aan die steile heuvels beklimmen in de brandende zon, zonder daarna water te mogen drinken? Nieje, nieje.
Op het werk waren mijn collega’s meteen enthousiast toen ze hoorden dat het de dag van mijn experiment was. “Hoe voel je je?” vroegen ze. Ik antwoordde dat ik me niet echt moe voelde, maar vooral slaperig. Honger had ik niet, maar ik voelde me wel sloom. Praten, mopjes maken gingen energie kosten, dus besloot ik te zwijgen en gewoon mijn werk te doen.
Tijdens de ramadan werken we maar vier uur per dag. Dat is niet veel, maar ya Aaaaallah, de uren kropen voorbij. Ik was zo, zo slaperig. Ondertussen kreeg ik een selfie van een vriend die een sigaret opstak. ******* vloekte ik binnensmonds. Vloeken mag niet tijdens de Ramadan. Sorry, Allah. Een collega praatte enthousiast over een pizzeria waar ze mij na de ramadan graag eens naartoe wil nemen. Ik. Kon. Het. Niet. Aan.

Om vier uur stapte ik weer in de Uber richting huis. Ik kroop meteen onder de dekens voor anderhalf uur slaap, in de hoop wat op te laden voor de iftar bij Mona’s auntie. De hoofdpijn bonkte ongenadig. Alles waar ik aan kon denken, waren twee Excedrynes en een glas water. Heel even speelde ik met het idee om de iftar af te zeggen, te wachten tot de imam het vasten zou verbreken en in alle stilte een shoarma te bestellen. Maar ramadan draait juist om dat ene moment: samen het vasten verbreken, met familie of vrienden. Geen simpele maaltijd, maar een ritueel van samenzijn.
Dus hopte ik rond zes uur de taxi in.
Tijdens de taxirit werd ik steeds duizeliger en stak mijn hoofd uit het raam, op zoek naar wat frisse lucht. Het gevoel was te vergelijken met de roes na iets te veel wijn in een café. Een kater. Kopwijn. Elke keer dat ik mijn ogen sloot, werd de hoofdpijn alleen maar erger. Dus besloot ik maar een gesprek te beginnen met de taxichauffeur.
Ik vertelde hem dat het mijn eerste dag van de ramadan was.
“Mashallah,” riep hij uit. Een woord waarmee moslims Allah danken voor het scheppen van jou en voor het feit dat jouw aanwezigheid de wereld mooier maakt.
“Inti, moslim?” vroeg hij daarna. Of ik moslim ben.
“Nee,” antwoordde ik. En opnieuw riep hij: “Mashallah.” Hij dankte Allah opnieuw voor mijn bestaan omdat ik, als niet-moslima, mij probeer in hun wereld te verplaatsen.
Toen ik bij Mona’s tante Abir aankwam, was het al snel tijd om het vasten te verbreken. Ik stopte de aangeboden dadel in mijn mond, die al snel gevolgd werd door twee Excedrynen en een glas water. Daarna at ik de lekkerste Kabsa die ik ooit had geproefd – echt – wollah – de allerlekkerste. “Mashallah,” riep ik naar Abir en dankte Allah voor het scheppen van Abir en haar fantastische kookkunsten. Abir woonde samen met de zus van Mona’s vader, en twee nichten en neven van een andere tante.

Even later sloten drie buurvrouwen zich bij ons aan. Deze Palestijnse vrouwen hadden nooit eerder een Europese vrouw gezien, behalve op televisie. “Inti djamal,” riepen ze. Jij bent een kameel. Een compliment dat zijn oorsprong bij de Bedoeïenen heeft. Voor hen is een kameel het mooiste dat er is. Ik heb het een paar keer nagevraagd en het is effectief een compliment. Die iftar was ik een kameel.
Het was een dag vol indrukken, niet alleen van het experiment zelf, maar ook van een opnieuw ontzettend mooie ontmoeting tijdens de iftar. Iftar brengt mensen samen. Ik heb die avond zo hard gelachen met de buurvrouwen van Abir dat ik op een moment dacht dat mijn ribben uit mijn buik zouden springen.
Die avond in bed dacht ik terug aan het vasten. Zou ik het opnieuw doen? Goh, om eeeeerlijk te zijn: niet meteen als ik terugdenk aan die lastige hoofdpijn.
Maar wat ik opmerkelijk vond, is hoe de ramadan, hoewel ze een diep religieuze verplichting is, ook opvallende overeenkomsten vertoont met andere culturele tradities. Net als met Kerst bij ons is er ook met de ramadan de universele behoefte om samen te zijn en om te genieten van gezelligheid en cadeautjes.
De ramadan daarentegen heeft iets extra dat bijzonder is: het vasten test niet alleen je lichaam, maar daagt ook je geest uit. Het is een echte wilskrachtproef, een kans om geduld te oefenen, zelfbeheersing te tonen en vooral dankbaarheid te ontwikkelen. En dan, het moment van iftar – dat is pure magie. Het verbreken van het vasten is een gezamenlijke opluchting, een moment van verbondenheid, lachen en waarderen.
Net voor iftar staan de buren hier overal op straat en delen ze een bordje van hun voorbereide maaltijden met elkaar. Dit is opnieuw een voorbeeld van hoe sociaal deze gemeenschap is. Altijd in beweging is, altijd op zoek naar een reden voor verbinding en ontmoeting.
Een Mashallah naar deze gemeenschap💗


Plaats een reactie