
Er is poëzie en dan is er Arabische poëzie
Ik ben een grote fan van poëzie en dan vooral van de zeldzame soort die mijn ziel beroert en mij achterlaat met een krop in de keel.
Een half jaar geleden ontdekte ik de Arabische poëzie en deze poëzie voldoet aan alles wat ik zoek in een gedicht. Ze brengt tranen in mijn ogen omdat ik de emoties van de dichter tot in het diepst van mijn wezen voel.
Bloggen over Arabische poëzie stond daarom al lange tijd op mijn schrijflijst. Een onderwerp waar ik heel verlekkerd naar uitkeek om eindelijk met jullie te delen. En hier is het dan: een serie blogposts over Arabische poëzie.

In deze reeks begin ik met een introductie waarin ik een beknopte samenvatting geef van de geschiedenis en wat achtergrondinformatie. Daarna volgen enkele blogs waarin ik dieper inga op de dichters zelf, zowel uit de pre-islamitische periode als uit de moderne islamitische tijd en pen over hun leven, hun woorden en hun wereld.
De hakawati: de verhalenteller
Poëzie in de Arabische wereld is nooit iets geweest dat je alleen op papier vond. Ze werd en wordt geleefd, verteld, doorgegeven van mond tot mond. Vaak in cafés, in de vorm van verhalen die mensen avondenlang vasthielden.
De hakawati is de verhalenverteller. Een man (en soms ook een vrouw) die met theatrale stem en meeslepende gebaren poëzie en vertellingen voordraagt. 300 jaar geleden, toen er nog geen televisie was, was dit hét avondentertainment. Mensen kwamen samen in het café, bestelden thee, rookten misschien een waterpijp, en luisterden ademloos en in in stilte.

Die traditie leeft voort. In Café Nofara in Damascus — het oudste café van de stad — kun je nog steeds elke avond luisteren naar een hakawati. En juist op het spannendste moment stopt hij. Zodat je de volgende avond weer terugkomt.
Niet omdat je het einde wil weten. Maar omdat je opnieuw geraakt wil worden. Door de stem. De spanning. De poëzie.
De Arabische taal: waar verdriet elf woorden kent
Arabieren zijn, zonder twijfel, de meest emotionele, dramatische, dromerige én hoopvolle mensen die ik tot nu toe ben tegengekomen. En dat is nog zacht uitgedrukt. Alles gebeurt met een intensiteit en passie die je zelden ergens anders ziet. Zijn ze blij of opgewonden? Dan klinken ze alsof ze boos zijn. Dragen ze een gedicht voor? Dan lijkt het alsof ze in woede ontsteken. En als je een Arabisch hart breekt? Reken maar dat de hele buurt het hoort. Nachtenlang, door hartverscheurend gehuil.
En dat emotionele temperament kan je doortrekken in hun woordenschat. Zoals ik reeds vertelde in een vorige post, kent de Arabische taal uitdrukkingen voor specifieke gevoelens, waardoor ze niet enkel benoembaar worden, maar ook een plek krijgen in de woordenschat.
Zo bestaan er wel 11 verschillende woorden voor ‘verdriet’. Deze reeks Arabische woorden beschrijft verschillende vormen van verdriet, elk met hun eigen nuance. Huzn is het tegenovergestelde van vreugde, een verdriet dat vreugde volledig kan uitwissen. Suwaydaa’ verwijst naar het diepste deel van het hart, waar melancholie woont. Gham is een allesomvattend verdriet dat geest, hart en lichaam doordrenkt. Ka’aba staat voor een zware depressie, als een allesverterende schaduw. Jaza’ is een chaotische mengeling van rouw, stress, woede en eenzaamheid, waarbij geduld verloren gaat. Ka’daa is een verdriet dat langzaam groeit tot het ondraaglijk wordt. Asa is diepe rouw om iets dat verloren is gegaan. Faja’ duidt op een schokkend verdriet door een plotselinge tragedie. Ghaid is een niet-verwerkt verdriet en woede, te diep om uit te drukken. Shaju breekt het hart in stukken. En Wujum is een stilte na intens verdriet of schok, wanneer woorden ontbreken.
Het Arabisch telt meer dan 12 miljoen woorden. Een indrukwekkend aantal, met een rijk scala aan termen om de meest uiteenlopende emoties uit te drukken: van vreugde en liefde tot verdriet en angst. Elk woord draagt zijn eigen, subtiele nuance, waardoor een specifieke emotie tot in de fijnste details kan worden overgebracht. Juist die verfijning maakt het Arabisch tot een uitzonderlijk expressieve en gevoelige taal, waarin woorden vaak meer zijn dan alleen taal: ze zijn gevoel, ervaring en beleving in één.

Het is dan ook vaak bijna onmogelijk om de rauwe, onversneden gevoelens van de dichter te vertalen. Een Arabier zal moeiteloos begrijpen wat je bedoelt wanneer je het hebt over Wujum — die oorverdovende stilte na een intens verdriet, dat loodzware zwijgen dat méér zegt dan duizend woorden. Maar hoe vertaal je dat in hemelsnaam naar het Nederlands, zonder dat het zijn diepgang, zijn emotionele lading en vooral zijn authenticiteit verliest? Sommige woorden dragen werelden in zich en sommige gevoelens laten zich nu eenmaal niet zomaar omzetten.
Ik lig nu al bijna op de grond wanneer ik slechts een Engelse vertaling lees. Hoe zal het dan zijn als ik, Insha’Allah, het Arabisch ooit onder de knie heb en een gedicht kan lezen in al haar rauwe, ongefilterde authenticiteit?
Arabische poëzie: introductie
Eeuwenlang werd Arabische poëzie mondeling doorgegeven.
In de tijd dat Arabieren een nomadisch bestaan leidden in de woestijn, was poëzie veel meer dan alleen vermaak. Het was een manier om gevoelens te uiten, trots te tonen en identiteit te bewaren. De eerste geschreven poëzie gaat terug tot de 6e eeuw en geldt als het oudste én meest gewaardeerde literaire genre in de Arabische wereld.
Hoewel er al vóór de moderne tijd boeken in het Arabisch verschenen, brak het genre van de roman pas echt door in het begin van de 20e eeuw. Tot die tijd was poëzie zonder twijfel de dominante vorm van literatuur.
De vroege Arabieren — vooral zij die in en rond Mekka woonden en bekend stonden om hun uitzonderlijke taalkennis — hadden het vermogen om spontaan verfijnde, ritmische en diep gelaagde gedichten te creëren. Duizenden verzen uit het hoofd leren was voor hen geen opgave, maar een vanzelfsprekende vaardigheid.
Deze traditie van memorisatie maakte tot twee generaties geleden een essentieel onderdeel uit van het Arabische taalonderwijs. Het uit het hoofd leren van poëzie droeg niet alleen bij aan een verfijnde taalbeheersing, maar trainde ook het geheugen en scherpte het gevoel voor ritme en betekenis. Hoewel deze praktijk inmiddels grotendeels is verdwenen, leeft ze in bepaalde regio’s — zoals Mauritanië en andere delen van de Arabische wereld — nog steeds voort.
Mekka als oorsprong van de poëtische traditie en Al-Muʿallaqāt
Lang voor de komst van de islam (Voor het jaar 610 na Christus) bloeide er in het Arabisch Schiereiland een indrukwekkende poëtische traditie. Mekka was een belangrijk handelscentrum én een heilige pelgrimsplaats dankzij de aanwezigheid van de Ka’aba. Veel inwoners verdienden hun brood door pelgrims te ontvangen en te verzorgen, wat van Mekka een veilige en gastvrije plek maakte. In Mekka kwamen de grootste dichters samen om hun verzen te reciteren — een echt cultureel hoogtepunt. De beste gedichten werden met gouden letters op linnen rollen geschreven en opgehangen aan de muren van de Kaʿba. Vandaar ook de naam Al-Muʿallaqāt, wat letterlijk betekent: de opgehangen gedichten.

De Ka’aba
De gedichten behandelden thema’s als trots, liefde, rouw, heldendom en de strijd tegen de vijand. Elk vers was doordrenkt van emotie, eer en beeldrijke beschrijvingen van het leven in de woestijn. Het was niet zomaar poëzie. Het was een manier om identiteit, waarden en verhalen levend te houden.
Vandaag worden deze zeven odes nog steeds gezien als het hoogtepunt van de pre-islamitische Arabische poëzie. Ze geven een levendig beeld van het bedoeïenenleven, vol paarden, zandstormen, verloren liefdes en de zoektocht naar eer.
Meer dan duizend jaar later hangen deze gedichten niet meer fysiek aan de Kaʿba, maar in de harten van vele Arabieren leven ze nog altijd voort.
Volgende blogposts: Pre-Islamitisch Arabië en de moderne Arabische poëzie
In de volgende posts neem ik jullie mee naar de roots van de Arabische poëzie, naar de woestijnen van het pre-islamitische Arabië, waar woorden machtiger waren dan wapens en een dichter meer eer genoot dan een krijger. En daarna reizen we verder, naar de stemmen van vandaag: dichters die met evenveel vuur en finesse weten te raken. Maar ook geëngageerde poëzie waarmee dichters in de Arabische wereld proberen te ontsnappen aan het opgelegde zwijgen en huisarrest krijgen of dood worden teruggevonden met hun stembanden doorgesneden.
Dit is het begin van een reis. Een reis door woorden, door emoties en door de tijd.
En terwijl we die reis beginnen, wil ik alvast een stukje van een verhaal delen. Een verhaal dat alles belichaamt waar Arabische poëzie om draait: passie, verdriet, hoop. En een liefde die zelfs waanzin niet schuwt.

Layla en Qais Majnun (Qais de gek)
Qais was smoorverliefd op Layla. Maar haar familie stond hun liefde niet toe. In plaats daarvan werd Layla uitgehuwelijkt aan een rijke neef. Qais verloor zijn verstand van verdriet. Hij werd Majnun, wat letterlijk “bezeten” of “gek” betekent.
Zijn liefde voor Layla verteerde hem. Hij bracht zijn dagen door met denken aan haar, dromen over haar, spreken met haar in stilte.
Op een dag zagen mensen hem in haar oude huis, waar hij zachtjes de muren kuste. Ze vroegen hem verbaasd: “Qais, wat doe je? Waarom kus je de muren?”
Qais antwoordde: “Ik wandel rond in dit huis . Het huis waar Layla ooit leefde. Daarom kus ik deze muur, en ook die muur. Niet omdat ik van stenen of huizen hou. Maar omdat ik hou van degene die hier ooit was.”
Qais kon Layla niet meer kussen. Maar hij raakte wat zij ooit raakte. En dat was genoeg.
Dat is dezelfde liefde wanneer moslims naar de Ka’ba gaan en de muren van de Ka’ba kussen. Het is niet de liefde van de Ka’ba of de liefde van de muren. Maar ze representeren Allah en de profeet. Het diepe verlangen om dichterbij te komen.
Layla en Majnun is een Arabisch liefdesverhaal uit de 7e eeuw dat door de Perzische schrijver Nezami in de 12e eeuw in een gedicht werd verwerkt.
Next: Pre-Islamitische poëzie 💛


Plaats een reactie