Ik schrijf jullie een liefdesbrief vanuit Jordanië, het hart van het Midden-Oosten.
Een regio die waarschijnlijk bij jullie woorden oproept zoals ‘onstabiel, wespennest en vrouwonvriendelijk, luieriken’, maar sommige landgenoten kiezen extremere woorden zoals ‘terroristen, extremisten, wilden, gelukzoekers, profiteurs.’
Het herinnert me aan een artikel van imam Khalid Benhaddou waarin hij verwijst naar François René de Chateaubriand, een 19e-eeuwse Franse dichter. Deze man had een vertekend beeld van het Oosten, zonder het ooit te hebben gezien. Toen hij er voor het eerst kwam, zei hij verbaasd: “Dit is niet het Oosten dat ik kende.” Maar welk Oosten kende hij dan? Een fantasiewereld die hij zelf had bedacht en die hij als maatstaf gebruikte om de echte wereld te beoordelen.
Zo zijn er veel Chateaubriandjes in ons land. Onbekend maakt onbemind en vaak zelfs bang. We leven in een diverse samenleving, maar niet iedereen bevindt zich in een diverse omgeving. De enige diversiteit die sommigen zien, is in het zevenuurjournaal of via verstoorde algoritmes.
Dus ik schrijf jullie deze liefdesbrief vanuit het Midden-Oosten, een serenade recht uit mijn hart. Tussen het geritsel van citroenbomen, de geuren van jasmijn, Turkse koffie en geblakerde aubergines. Waarom ben ik hier? Waarom besloot ik als westerling mijn leven hier te starten? Ik wil jullie al schrijvend, laten voelen wat ik voel zodat ook jullie het verlangen naar ontmoeting kunnen ervaren. Want het is in die ontmoeting dat echte verbinding ontstaat.

Arabieren zijn misschien wel het warmste volk dat ik ken. En ik bedoel dat letterlijk. Zodra je hun huis binnenstapt, voel je die warmte. Het is als de oven die opengaat wanneer het eten klaar is. Het is een warmte die mij het gevoel geeft dat ik ergens bij hoor, dat ik verzorgd word. Het geeft je het gevoel dat je welkom bent, maakt niet uit waar je vandaan komt.
Ik woon nu net geen drie maanden in Amman, de hoofdstad van Jordanie. Maar ik heb al vijf keer gegeten bij mensen die ik noch van kop tot staart kende. En elke keer ga ik niet alleen naar huis met een volle buik, maar ook met nieuwe kennissen die me direct uitnodigen voor een volgende etentje. Zo heb ik al een zanger geregeld voor mijn bruiloft, mocht die er ooit komen. Bij elk etentje krijg je je eigen pantoffels en voor je het weet, zit je stuiterend van de mierzoete Turkse koffie een kampeertrip te plannen met wildvreemden. Alles zonder ook maar één druppel alcohol. Gewoon nuchtere uitnodigingen en gesprekken, puur en eerlijk.
En als het tijd is om te gaan, wordt er vaak gesmeekt om nog even te blijven. Ze zeggen dan “Nawwartuna,” wat betekent: “Je hebt ons huis verlicht met je aanwezigheid.” Ik heb het nu al een paar keer gehoord, en elke keer raakt het me. Ik laat niets achter. Geen briefje, geen cadeautje. Maar als onbekende ben ik een licht, een zonnestraal in hun huis. Nawwartuna. De Arabische taal heeft prachtige uitdrukkingen voor gevoelens die echt een plek hebben in hun cultuur.
In het Midden-Oosten is gastvrijheid geen loze uitspraak. Hier leeft het echt. En ik zie het ook in de woorden van de profeet Mohammed: “Wie in Allah en de Laatste Dag gelooft, laat hem zijn gast eren.”
En zo word ik langzaam meegesleurd in het verhaal van de extended family die zo typisch is voor de Arabische wereld. Het is een familie die geen bloedverwantschap nodig heeft om een verbinding te vormen. Ik, een nieuwkomer in een land waar ik de taal nauwelijks spreek, waar ik me dagelijks verloren voel, met mijn familie en beste vrienden ver weg in België. Maar hier, in dit nieuwe land, wordt alles ineens anders. De afstand tussen wat ik ken en wat ik nog moet ontdekken, lijkt kleiner door de handen die me warm welkom heten. Ik heb me nog geen moment eenzaam gevoeld en dat is de kracht van de Arabische warmte.
Arabieren zorgen altijd voor elkaar, familie of niet. Het lijkt voor ons heel gek om uit hetzelfde bord te eten met de hand. Maar ook dat heeft zijn sociale functie. Door samen uit één bord te eten, voelen ze elkaar beter aan. Als iemand niet veel eet, wordt er subtiel wat extra eten naar zijn kant geduwd. Als hij weinig blijft eten, wordt er gevraagd of alles wel goed gaat.
Jordanië heeft het op één na hoogste percentage vluchtelingen per hoofd van de bevolking ter wereld – 745.000 vluchtelingen. En toch zie je nergens een dakloze op straat. Mocht er toch iemand op straat slapen, dan zal er altijd iemand anders zijn die hem voor de nacht een bed aanbiedt. Zoals de profeet Mohammed zei: “Een moslim is een broer voor een andere moslim. Hij zal hem niet onderdrukken, noch zal hij hem verraden. En wie zijn broer in nood helpt, Allah zal hem helpen. Wie in deze wereld een moslim bevrijdt van zijn lijden, zal Allah op de Dag der Opstanding bevrijden van zijn eigen lijden.”
De islam is doordrenkt met verzen en richtlijnen die oproepen om mensen in nood te helpen, zelfs in oorlogstijd, waar geen boom gekapt mag worden en geen kind of oudere pijn gedaan mag worden.
En tijdens de ramadan, net voor zonsondergang, komen buren op straat om elkaar een bordje van hun maaltijd te geven. Dit is opnieuw een prachtig voorbeeld van hoe sociaal deze gemeenschap is. Altijd in beweging, altijd op zoek naar een reden voor verbinding.
Deze tradities zijn het bewijs van de diepe waarden die de Arabische wereld kenmerken: zorg voor elkaar, solidariteit en gemeenschapszin. Het gaat niet alleen om familie, maar ook om de bredere gemeenschap versterken. Het idee dat niemand alleen is, dat je altijd voor elkaar zorgt, is geworteld in hun dagelijks leven.
Wat ik in de westerse media zie over het Midden-Oosten, blijkt niet meer dan een schaduw van de werkelijkheid. Hier vind ik geen ‘wildernis’ of ‘onbegrijpelijke’ cultuur. Wat ik vind, is een rijke geschiedenis van warmte, vriendschap en een gastvrijheid die we in het Westen vaak niet kennen.
Deze basis van normen en waarden, deze warmte, is de wortel van mijn diepe liefde voor het Midden-Oosten. Het doet elke dag mijn hart zingen en brengt me bijna tot tranen wanneer ik zie hoe mooi deze mensen voor hun medemensen zorgen. Het laat me denken: “Potverdikke, hier kunnen we echt iets van leren.”
Ik hoop dat ik jullie met deze liefdesbrief ook een beetje verliefd heb gemaakt op deze cultuur. Of op zijn minst, dat jullie nu wat meer goesting hebben om een Arabier aan de mouw te trekken en in gesprek te gaan. Want een ontmoeting leidt tot verbinding. En de verbinding tussen mensen van verschillende etniciteiten is echt iets wat de wereld nodig heeft.
Een warme knuffel,
Ineke
Volgende blog: Pre-Islamitische poëzie 💛


Geef een reactie op Sigrid De Crem Reactie annuleren